| Katholieke Klokken- en Orgelraad | ||||||||||
|
||||||||||
> |
Klinkende kunst in de Bossche bisdomArtikel uit het bisdomblad van 's-HertogenboschIn onze kerken is niet alleen veel te zien qua religieuze kunst, maar ook veel te horen. Het begint al buiten met het luiden van de soms eeuwenoude klokken, en binnen klinkt koor en samenzang met bijna altijd een belangrijke rol voor het orgel. In het bisdom van ’s-Hertogenbosch zijn iets minder dan 700 pijporgels voorhanden en zelden zijn er twee dezelfde instrumenten te vinden. Betrouwbare begeleidingsinstrumenten zijn er, en soms niet meer dan dat, maar ook zijn ruim 40 orgels in ons bisdom zo bijzonder, dat ze apart als rijksmonument aangemerkt zijn. Grote en indrukwekkende instrumenten als het Dalstein & Haerpfer orgel in de OLV Visitatie te Budel dat op 6 november is ingewijd en als ‘nieuw’ monument in die lijst van klinkende instrumenten is opgenomen. Maar ook kleine en ontroerende instrumenten, zoals het orgel van Esch dat vorig jaar werd gerestaureerd, kan in het samenspel van orgel en organist de toehoorder ongrijpbaar raken. Organisten hebben het over een ‘dragende bas’ zonder dat het te luid is, ‘snijdende mixturen’ zonder het pijn aan de oren doet, of een ‘zilverige klank’ waarbij er niets blinkend hoeft te zijn. Die bijzondere kenmerken van een instrument dat de samenzang kan ‘dragen’ komen to stand onder de vaardige handen van de orgelmaker. Een kunstzinnig ambachtsman dat is hij, want hij moet inzicht en gevoel voor klank en ruimte hebben en kennis van liturgie en natuurlijk muziek. Bovendien moet hij vaardig zijn om de verschillende materialen te kunnen vormen tot een klinkend instrument dat betrouwbaar jarenlang functioneert. Niet alleen die ruim 40 monumentale instrumenten bewijzen dat het Bossche bisdom ruim voorzien is door dat kunstambacht van de orgelbouw, ook met veel andere orgels kunnen de bespelers het oor strelen en het hart raken. Dat dat ook werkelijk gebeurt blijkt wel uit de vele orgel-kringen, de Brabantse orgel-federatie en de talloze lokale orgelcommissies die zich gezamenlijk inspannen voor het orgel en de bijzondere plek die dat instrument in de kerk heeft. Alles van waarde………..moet goed behandeld worden.Een waardevol onderdeel van het kerkinterieur en een grote rijkdom binnen het bisdom, maar ook een kostbaar bezit. Een schitterend instrument komt tot stand dankzij veel ambachtelijke werk, maar ook het onderhouden van een orgel vergt grote kennis en kunde . Wanneer een pijporgel goed behandeld wordt, kan het inderdaad decennialang zonder grote ingrepen functioneren. Goed behandelen wil zeggen, een verantwoord stookgedrag, want het instrument kan slecht tegen grote schommelingen in temperatuur en luchtvochtigheid. Regelmatig klein onderhoud hoort daar ook bij. Het instrument moet op stemming gehouden worden en kleine ongemakken moeten niet opgebouwd worden tot het instrument niet meer functioneert. Specialistische deskundigheidHoewel goede pijporgels dus decennia achtereen zonder mankeren kunnen functioneren, zal na jaren, uitgebreide onderhoudswerkzaamheden niet te vermijden zijn. Ook, en dat komt de laatste jaren steeds vaker voor, kan een instrument naar een andere kerk overgeplaatst moeten worden. Als het dan tot uitgebreid onderhoudswerk komt, komt het net zo sterk op de kunst van het ambachtelijk modeleren van de klank aan, als bij het nieuw bouwen van een instrument. Historisch onderzoek aan het orgel en in de archieven moet duidelijk maken wat het klankideaal was toen het gebouwd werd. Als het instrument overgeplaatst moet worden, moet het orgel bij de ruimte passen en niet alleen qua hoogte en diepte, maar vooral qua klank. Om de juiste keuzes te maken is specialistische kennis nodig. Voor een deel is die natuurlijk bij de orgelbouwer te vinden, maar een parochiebestuur zal vaak behoefte hebben aan meer en objectieve informatie. Ruim zestig jaar geleden hebben de Nederlandse bisschoppen dat erkend en de Katholieke Klokken en Orgel-Raad (KKOR) opgericht met als doel die benodigde expertise ter beschikking van de parochies te krijgen. De adviseurs van de KKOR zijn de door de parochies ingehuurde deskundigen die de te maken keuzes inzichtelijk en ‘verstaanbaar’ kunnen maken. Een parochiebestuur wordt zo in staat gesteld om met gelijke kennis om de tafel te gaan zitten met de vakmensen van de orgelbouwer. Bewaken van de klank en de kasIn juni is het gerestaureerde orgel van de Willibrordus in Deurne opnieuw in gebruik genomen. Het is een instrument van de 19e eeuwse gerenommeerde Brabantse orgelbouwers Smits uit Reek. Het is een instrument uit 1838, maar steeds heeft de parochie gekozen voor behoud van het orgel en niet voor vervanging. De artistieke kwaliteit van het instrument bleef kennelijk opvallen en overtuigen. Nu, na de restauratie, kunt u het zelf gaan horen wat dat in klank betekent.
Het bewaken van die klank was voor een belangrijk deel in handen van de adviseur van de KKOR. Daarnaast heeft hij voor de parochie gecontroleerd of het budget wel verantwoord werd gebruikt. Ook dat laatste is een belangrijke taak van de adviseurs van de KKOR en niet alleen bij restauraties. Juist ook bij restauraties die níet doorgaan is vaak het oordeel van de adviseur van doorslaggevend belang. Als een instrument voor herstel heel veel geld zou vragen, maar op den duur mankementen zal blijven vertonen, zal het advies zijn om geen geld meer in dit instrument te steken. Mogelijk kan een kwalitatief beter instrument, met op den duur lager onderhoudskosten, overgeplaatst worden vanuit een andere kerk. Uiteindelijk is het doel om met de middelen die voorhanden zijn het orgel onder de handen van vaardige bespelers het oor van de toehoorders te boeien, te prikkelen en te blijven inspireren.
Recente projectenGrote verschillenIn het afgelopen jaar hebben de adviseurs namens de KKOR zich met veel verschillende projecten bezig gehouden. Qua omvang waren die projecten ook zeer divers.
Zo zijn er dit jaar opleveringen geweest van grote of jarenlang durende restauraties zoals die van het Maarschalkerweerd orgel van de Maria van Jesse te Delft of de overplaatsing van orgel en gelui van de abdij Koningoord naar Oosterbeek, maar zijn de adviseurs ook veel bezig met het vinden van geschikte locaties
voor overplaatsing van instrumenten uit te sluiten kerkgebouwen. Op deze plaats zullen steeds enige recent opgeleverde projecten getoond worden. Restauratie van Hirtum-orgel in DiessenOnder advies van Rogér van Dijk wordt op dit moment de laatste hand gelegd aan het van Hirtum-instrument in Diessen. ![]() Orgelproject onder advies van Marcel Verheggen en Rogér van DijkBudel, O.L.V Visitatie, De restauratie van het Dalstein en Haerpfer-orgel
Nadere toelichting over ook dit project volgt zo spoedig mogelijk. Roermond, Munsterkerk
Nadere toelichting over dit project volgt zo spoedig mogelijk. Orgelprojecten KKOR onder advies van Remy SyrierDen Haag, St. Jacobuskerk: koororgelHet plan voorziet in de bouw van een koororgel met twee klavieren en een bescheiden zelfstandig pedaal. Als uitgangspunt geldt het in de St. Jacobuskerk aanwezige historisch materiaal, te weten een neogotische kas afkomstig van het voormalige Maarschalkerweerd-orgel (1908) van de gesloopte kapel van het St. Antoniusgesticht te Rotterdam en een in 1854 door Kam & Van der Meulen vervaardigde lade met bijbehorend in 1797 door Johannes Mitterreither in vervaardigd en in 1854 door Kam & Van der Meulen herschikt pijpwerk. Een tweede klavier zal in de stijl van Kam & Van der Meulen en wel speciaal naar maatvoering van het orgel in de Hoeksteen te Vianen geconstrueerd worden. Geleen, Kerk van ChristuskoningHet orgel van de kerk van Christus Koning werd in 1953 door Fa. B. Pels te Alkmaar gebouwd. De dispositie voorziet in 23 registers, verdeeld over Hoofdwerk, Zwelwerk en Pedaal. Het systeem is electro-pneumatisch. Het plan voor een grootonderhoudsbeurt voorziet in schoonmaak, vervanging van de membranen, reparatie schade aan pijpwerk, behandeling van door houtworm aangetaste delen en intonatieherstel. Maastricht, Basiliek van St. Servaas: kabinetorgelDe bouw van het kabinetorgel in de dagkapel van de Basiliek van St. Servaas wordt toegeschreven aan de uit Nordrhein-Westfalen afkomstige en in Rotterdam gevestigde orgelmaker Johannes Pieter Künckel. Het is niet alleen als meubel maar ook als klinkend instrument een zeer fraai voorbeeld van Noord-Nederlandse huisorgelbouw in de tweede helft van de achttiende eeuw. Het restauratieplan voorziet in het reconstrueren van de gedeeltelijk gewijzigde windvoorziening en mechaniek, het repareren van de door droogte opgelopen schade en restauratie van het pijpwerk. Neeritter, St. LambertuskerkHet orgel in de St. Lambertuskerk te Neeritter werd gebouwd in 1863 door de Maastrichtse orgelmakers Pereboom & Leijser. Het meubel met zijn rijk gebeeldhouwde ornamentiek, bestaande uit een hoofdwerk en een slechts uit een façade bestaand rugwerk, is bepaald atypisch voor het oeuvre van deze orgelmakers en doet eerder 18de-eeuws aan. De werkelijke structuur van het instrument voorziet in hoofdwerk, echowerk en aangehangen pedaal. In 1967 werd het instrument door de gebroeders Vermeulen, orgelmakers te Weert, gerestaureerd. Het plan voor een grootonderhoudsbeurt voorziet in schoonmaak en correctie van de intonatie. Oirsbeek, St. LambertuskerkHet orgel in de St. Lambertus was in oorsprong een éénklaviers orgel uit 1828 van de hand van de Maastrichtse orgelmaker Joseph Binvignat, bestemd voor de St. Lambertuskerk te Kerkrade. In 1841 verkocht het Kerkraadse kerkbestuur het aan de kerk te Oirsbeek. Het was niet Adam Binvignat, zoon en opvolger van Joseph Binvignat, maar Lambert Vermeulen, orgelmaker te Weert, die in 1841 belast werd met de overplaatsing van het instrument. In 1954 onderging het instrument een drastische ombouw. De firma L. Verschueren C.V. te Heythuysen verving de mechanische tractuur door een elektro-pneumatische, voegde als tweede klavier een elektro-pneumatisch zwelwerk toe en voorzag het van een nieuw in unit uitgevoerd pedaal. Het restauratieplan voorziet in reconstructie van het oorspronkelijke concept met toevoeging van een bescheiden tweede klavier naar stijl en maatvoering van Binvignat. St. Odiliënberg, Basiliek van de H.H. Wiro, Plechelmus en OtgerusHet orgel in de Basiliek van St. Odiliënberg werd in 1983 gebouwd door de Gebroeders Vermeulen, orgel makers te Weert. Zij maakten daarbij gebruik van de historische kas en bijbehorende frontpijpen van het Franssen-orgel uit 1868 van de R.K. kerk te Gerwen. De dispositie is evenwel ontleend aan de klassieke Frans-Waalse orgelstijl. De werkzaamheden voorzien in een grootonderhoudsbeurt, waarbij o.m. de tengevolge van door oxidatie aangetaste loden conducten vervangen worden en de intonatie herzien wordt. Roosteren, St. JacobuskerkHet orgel in de St. Jacobuskerk werd in 1857 door M.H. van Dinter gebouwd als een één-klaviers instrument met aangehangen pedaal. In 1910 werd het door Pieter Jan Vermeulen, orgelmaker te Weert verplaatst naar de zijwand van het oksaal en bij die gelegenheid geromantiseerd door het vervangen van enkele stemmen door destijds zo geliefde strijkende registers. Het restauratieplan voorziet in terugplaatsing van de bijzonder rijk gebeeldhouwde kas naar oorspronkelijke locatie, technisch herstel en reconstructie van de oorspronkelijke dispositie Orgelprojecten KKOR onder advies van Ton van EckHaarlem JosephkerkSint Nicolaasga, parochiekerk van Sint NicolaasOrgelprojecten KKOR onder advies van Frits Haaze en Ton van Eck
Ter Apel, WillibrorduskerkHet Nicholson-orgel werd in 1891 als mechanisch pijporgel vervaardigd door de Firma Nicholson & Son te Worchester en eertijds geplaatst in de R.K. parochiekerk St. Saviour in het Engelse Reading. Dit pijporgel heeft nu een tweede leven gekregen in de R.K. parochiekerk van de H. Willibrordus in Ter Apel waar het na een grondige restauratie door de Firma Feenstra uit Grootegast op 7 november in gebruik is genomen. Het 17 registers tellende Victoriaanse orgel is geplaatst in de zuidelijke zijbeuk van de Ter Apeler neo-gotische kerk. Orgelprojecten KKOR onder advies van Cees van der PoelRijssen, parochiekerk van de H. DionysiusOp 19 oktober 1928 vroeg pastoor R.N.J. Peters orgelmaker Bernhard Pels uit Alkmaar een prijsopgave te doen voor de bouw van een nieuw orgel voor de parochiekerk die een jaar eerder gereed kwam. Op 8 januari 1929 tekenden parochie en orgelmaker Pels het contract en in dat jaar was het orgel klaar. Het instrument is altijd ongewijzigd gebleven. Van januari tot half september 2010 restaureerde de firma Pels & Van Leeuwen uit 's-Hertogenbosch het instrument. De werkzaamheden betroffen algeheel herstel van de windladen en de pneumatische tractuur. Verder is het instrument inclusief speeltafel schoongemaakt, is de hoofdbalg opnieuw beleerd en de windvoorziening hersteld naar de oorspronkelijke situatie. Ten slotte is de intonatie gecorrigeerd waar nodig. Het rijk verstrekte subsidie voor deze restauratie in het kader van de Rrwr 2008. Op vrijdag 17 september vond de eindkeuring plaats waarna in een besloten bijeenkomst het orgel werd overgedragen aan de parochie en ingezegend door pastor Scheve. Organist van de kerk., Berto Oosterveen en adviseur Cees van der Poel bespeelden bij deze gelegenheid het orgel. Dispositie drukknoppen onder manuaal I: automatisch pedaal (met Oplosser); vaste combinaties PP P MF F T (met Oplosser); vrije combinatie (met Oplosser); register crescendo
transpositeur (registertrekker links in de speeltafel) |
|||||||||